
Veel werkenden zullen de beperking van de indexering van de regering-De Wever pas in 2027 voelen. Bedrijven betalen in ruil voor de loonkostenverlaging eerst een tijdelijke bijdrage aan de overheid, die vanaf 2028 permanent wordt.
De federale regering bereikte dinsdagnacht een deal over de laatste details van de indexbeperking die ze in 2026 en 2028 wil doorvoeren, een van de grootste ingrepen in haar begrotingsdeal. De operatie moest ingaan op 1 januari, maar omdat het wetgevende werk nog niet klaar is, komt er uitstel tot 1 april.
Hoe werkt de indexbeperking precies?
Wie meer dan 4.000 euro bruto per maand verdient, ziet zijn loon de komende jaren tweemaal minder geïndexeerd. Concreet zal een werknemer twee keer de eerste 2 procent index op het bedrag boven 4.000 euro verliezen.
Een fictief voorbeeld voor iemand die 6.000 euro bruto verdient en in zijn sector een indexering van 3 procent krijgt: op de eerste 4.000 euro krijgt die persoon de volle 3 procent, op het deel tussen 4.000 en 6.000 euro maar 1 procent. Dat alles geeft een indexbedrag van 140 euro, wat 40 euro minder is dan normaal.
Wanneer zult u de ingreep voelen?
Veel werkenden zullen de ingreep in 2026 niet voelen. De indexbeperking moet ingaan op 1 april. In januari krijgen 1,2 miljoen mensen (onder meer uit de paritaire comités 118, 200 en 302) al hun jaarlijkse indexering. Omdat de maatregel dan nog niet van kracht is, krijgen zij op het volledige loon de verhoging van zo’n 2,2 procent.
De werknemers uit die paritaire comités zullen de eerste beperking van de indexering dus pas voelen in januari 2027. Als het indexcijfer dan lager ligt dan 2 procent, wordt hun loon boven 4.000 euro ook in januari 2028 minder sterk geïndexeerd, tot een stijging van 2 procent bereikt is. In dat geval wordt de tweede indexknip, die de regering heeft gepland voor 2028, voor hen uitgesteld.
Ook voor ambtenaren verandert er in 2026 wellicht niets meer. Door de overschrijding van de spilindex in december krijgen zij in maart (de indexering gebeurt drie maanden na de overschrijding) een indexering van 2 procent. De verwachting is dat de spilindex in 2026 niet meer overschreden zal worden.
De index is in 2026 wel beperkt voor iedereen van wie het loon meerdere keren per jaar wordt aangepast aan de inflatie. Bijvoorbeeld in de metaal- en de schoonmaaksector is er nog een verhoging in juli en voor bouwvakkers gebeurt die elk kwartaal, bij banken om de twee maanden.
Tellen eindejaarspremies of het vakantiegeld mee voor de grens van 4.000 euro?
Nee. De regering bekijkt alleen of het contractuele loon boven 4.000 euro ligt. Eindejaarspremies en vakantiegeld tellen niet mee, net als specifieke sectorale premies, zoals voor nacht- of ploegenarbeid. Voor wie deeltijds werkt, wordt het loon omgerekend naar het loon mocht hij die job voltijds uitoefenen.
Hoe werkt de bijdrage die bedrijven moeten geven in ruil voor de lagere loonkosten?
De ingreep levert bedrijven een verlaging van de loonkosten op, maar dat voordeel moeten ze voor de helft delen met de overheid. Tot 2028 komt er een tijdelijke ‘loonmatigingsbijdrage’, waarbij de onderneming de helft van het loonkostenvoordeel moet doorstorten aan de overheid, vanaf 2028 wordt die definitief.
Terwijl de voorlopige bijdrage exact de helft van het voordeel zal bedragen, zal de regering de definitieve bijdrage in de toekomst nog zelf moeten vastleggen. Dat zal dus een vast percentage zijn, dat losstaat van de loonkostenvoordelen van bedrijven. Werkgevers hekelen dat bedrijven die na 2028 opgericht worden of personeel aanwerven geen loonkostenvoordeel genieten, maar wel de bijdrage moeten betalen.
